Nota verenigingen en overheidsopdrachten


“De ergste vorm van ongelijkheid is proberen ongelijke dingen gelijk te maken” (Aristoteles)


De wet op de overheidsopdrachten is de omzetting van Europese richtlijnen terzake die erop gericht zijn om maximaal de vrije concurrentie te laten spelen. De wet op de overheidsopdrachten zorgt mee voor de nodige transparantie over wat met overheidsgeld gebeurt.
De wet blijkt enkel een serieuze impact te hebben op verenigingen in Vlaanderen. Ze dreigen namelijk zelf onder de definitie van ‘aanbestedende overheid’ te vallen. En dat heeft zo zijn gevolgen. ‘de Verenigde Verenigingen’ bond de kat de bel aan en kwam in een juridisch-technisch kluwen terecht. 

De onduidelijkheid start bij de vraag op wie die wetgeving van toepassing is m.a.w. wie als ‘aanbestedende overheid’ beschouwd wordt. Een aantal criteria die de wet daartoe vooropstelt, zijn namelijk onduidelijk en/of voor interpretatie vatbaar. Dit zorgt voor (rechts)onzekerheid. Op die manier dreigen vele verenigingen gevat te worden door deze wetgeving… met verstrekkende gevolgen.

‘de Verenigde Verenigingen’ blijft deze wetgeving bekampen.

Vooreerst is de wetgeving op overheidsopdrachten, ook vanuit de EU, in essentie bedoeld voor overheden en duidelijk sterk aan de overheid gerelateerde vzw’s. De wet is dus niet gemaakt voor of op maat van de ontelbare modale vzw’s in België. Maar door interpretatiemogelijkheden dreigen die er echter wel door gevat te worden. Daarnaast is ‘algemeen belang’ een cruciaal begrip in deze wetgeving, maar wordt de interpretatie van wie wel en wie niet in dienst van het ‘algemeen belang’ werkt feitelijk overgelaten aan de rechtspraak. Dit versterkt de juridisering van de samenleving. En juridisering staat haaks op vrijwillig initiatief, dé kern van het gros van de verenigingen in België. Bovendien heeft het gros van de verenigingen niet de expertise noch de middelen om aan de huidige wetgeving te voldoen. Om geen boetes te riskeren, worden ze feitelijk gedwongen tot het vormen van consortia of aankoopcentrales. Dit gaat compleet voorbij aan de realiteit en de eigenheid van het –gelukkig!- sterk versnipperde verenigingsleven in België. Aan ‘de andere kant’ geldt voor de kleine zelfstandigen trouwens hetzelfde. Ingewikkelde wetgeving en dito procedures spelen ook enkel in de kaart van gespecialiseerde ondernemingen die als super-expert een monopolie hebben op de ‘correcte informatie’. Verenigingen moeten noodgedwongen –tegen betaling- bij hen te rade. Verenigingen worden door deze wet in een enge marktlogica gedwongen. Ontsnappen kan niet, want ook de activiteiten die verenigingen met eigen middelen financieren, vallen onder de wet op de overheidsopdrachten. Een vereniging beslist dus niet meer zelf over de invulling van activiteiten, ze worden gedwongen de markt te volgen. Bovendien zullen verenigingen, vanuit een economische logica, onderling competitief uitgespeeld worden. Dit is een ideologische verarming en fnuikt vernieuwing. Als de achterliggende redeneringen in dit dossier verder doorgetrokken worden, moeten overheden straks ook subsidies gaan aanbesteden. Enkel de beste, goedkoopste … krijgt nog overheidsmiddelen. Dit sijpelt nu al binnen in enkele sectoren, ook in Vlaanderen (bv. sociale economie, trajectbegeleiding e.d.). Dat heeft een dramatische impact op het maatschappelijk middenveld in Vlaanderen, België én Europa. Last but not least zadelt deze wetgeving verenigingen op met een onhaalbare praktische en administratieve last. Ze hebben niet de mensen om de geijkte procedures zelf uit te voeren. Ze hebben niet de middelen om ze uit te besteden. Bovendien neemt het kostbare tijd in beslag die niet ingezet kan worden voor de werking van de vereniging zelf.

Maar wat betekent dit nu voor jouw organisatie?
Na overleg met de kanselarij, het kabinet Di Rupo en Vanackere en een delegatie van de Vlaamse administratie kwam deze hopelijk verduidelijkende nota tot stand.

1. Probleemstelling

2. Toepassingsgebied van de wet op de overheidsopdrachten

3. Wat zegt de wet?

4. Controle en handhaving

5. Flankerende maatregelen vanuit Vlaanderen?

6. Wat kan je organisatie intussen doen?

7. Wettelijk kader 

8. Meer lezen