2. Toepassingsgebied van de wet op de overheidsopdrachten


Voor alle duidelijkheid: de wetgeving geldt nu al. Via een brede interpretatie van de oude wetgeving, in de geest van de Europese richtlijn. Organisaties die ze niet toepassen, maar dit wel zouden moeten doen, zijn in principe in fout en kunnen aangeklaagd worden. Het toepassingsgebied vraagt nog heel wat opheldering. In de huidige fase zijn volgende zaken wél duidelijk, weliswaar binnen een zekere juridische marge:

→ De regelgeving geldt NIET voor:

- Feitelijke verenigingen
Interpretatiemarge:
o voor zover de feitelijke vereniging een zekere mate van autonomie heeft en niet de facto een ‘onderdeel’ is van een moeder-vzw die wel door de wetgeving gevat wordt. Belangrijke indicator voor ‘autonomie’ = de feitelijke vereniging voert een eigen financieel en boekhoudkundig beleid.
 Vb. het feit dat een afdeling van een vereniging financieel zijn eigen boontjes dopt, maar wel de visie en maatschappelijke eisen van de moeder-vzw ondersteunt en uitdraagt, ondermijnt de autonomie niet.
 Vb. het doorstorten en terugstorten van lidgeld tussen afdeling en moeder-vzw kan het vermoeden van autonomie mogelijks wel ondermijnen.
o Voor zover de feitelijkheid niet kunstmatig is (‘schijnfeitelijkheid’). Als alle feiten erop wijzen dat een organisatie redelijkerwijs rechtspersoonlijkheid zou moeten hebben, zal de rechter dit zo interpreteren.
Algemene regel: feiten primeren op de juridische rechtsvorm.
 Vb. een lokale afdeling is wellicht steeds een legitieme feitelijke vereniging.
 Vb. het Vlaams Parlement, een vakbond… legitieme feitelijke vereniging?

- Organisaties die voor minder dan 50% van hun totale (!) inkomsten afhankelijk zijn van overheidssubsidies
Interpretatiemarge:
o Wat is een ‘subsidie’? Als de overheid een dienst van een vereniging ‘aankoopt’, is dat geen subsidie. De overheid betaalt voor duidelijk aanwijsbare prestaties. Ook hier primeren de feiten over de juridische vorm: als een feitelijke subsidie juridisch gemaskeerd wordt als een betaling van een prestatie door de overheid, zal de rechter de transactie interpreteren als een subsidie.
o Alle subsidies van alle overheden tellen mee.
o Projectsubsidies zijn subsidies om de simpele reden dat het ‘subsidie’ heet! (ook al dient een projectsubsidie vaak voor ‘duidelijk aanwijsbare prestaties’).

- Organisaties die voor één of meer projecten méér dan 50% overheidssubsidies ontvangen, maar waarvan het aandeel subsidies in de totale begroting de 50% niet overschrijdt

- Orders/opdrachten die de 8.500 euro (excl. Btw) niet overschrijden
Interpretatiemarge:
o voor de bepaling van de drempelwaarde wordt niet geaggregeerd (opgeteld) tussen de afdelingen van een moeder-vzw. Met andere woorden: de drempelwaarde wordt afdeling per afdeling en voor de moeder-vzw apart beschouwd.
o Ook hier primeren de feiten op de juridische vorm: als er sprake is van saucissonering (=opsplitsing) van opdrachten die feitelijk één zijn, geldt voor de rechter de eenheid om het overschrijden van de drempelwaarde na te gaan.

- Zogenaamde ‘in house’ opdrachten van samenwerkende vzw’s (vb. gezamenlijke kopiediensten)