Europees Parlement buigt zich over nieuwe regels overheidsopdrachten

Er is – althans in Europa en bij betrokken sectoren – heel wat te doen over een update van de Europese regels voor overheidsopdrachten. Ook verenigingen zijn onder bepaalde voorwaarden betrokken partij. Het Informatiebureau van het Europees Parlement in België organiseerde onlangs een ‘hearing’ met stakeholders en pers. ‘de Verenigde Verenigingen’ liet er de stem van het verenigingsleven horen.

Door een dubbel samenspel van regels zijn verenigingen – onder voorwaarden - onderworpen aan de wetgeving voor overheidsopdrachten.

Probleem 1: verenigingen dansen mee

De Europese regelgeving stelt – kort samengevat – dat een organisatie waarvan minstens de helft van de inkomsten subsidies zijn, als een overheidsinstelling beschouwd wordt. Op die vereniging zijn dus de regels van overheidsopdrachten van toepassing, mits de bestellingen van die vereniging een bepaalde minimumdrempel overschrijden.

Probleem 2: het wordt een limbo-dans
De Belgische wetgever heeft die minimumdrempel bijzonder laag gelegd, op 8.500 euro. Daardoor wordt het heel reëel dat verenigingen met rechtsperoonlijkheid, zelfs regionaal en lokaal, zich aan de - in wezen Europese - regels dienen te houden.

Concreet
Een lokale fanfare – die, alles opgeteld, voor 51% afhankelijk is van overheidsmiddelen - kan voor de bestelling van zijn trompetten (voor pakweg 9.000 euro) niet zomaar terecht bij de vertrouwde leverancier. De fanfare zal een (eenvoudig) bestek moeten maken en minstens drie offertes moeten opvragen. De keuze voor de leverancier kan gebeuren op basis van meer criteria dan louter de prijs, maar moet gemotiveerd en op papier traceerbaar zijn (in de boekhouding). Anders kunnen ze aangeklaagd worden door een gedupeerde trompetverkoper. 

Op zich lijkt een dergelijke gunning door de fanfare een voorbeeld van goed bestuur en gezond verstand. Op zich is het maar logisch dat je bedachtzaam omspringt met overheidsmiddelen. Echter: 99% van de verenigingen heeft daar geen regelgeving voor nodig. Verenigingen spenderen sowieso – en zeker met de besparingen - zuinig en bedachtzaam. De voortschrijdende juridisering roept een vermoeden van ongezond verstand in het leven. Zonder bijhorende paperassen als bewijs van het tegendeel, is een order niet in orde en kan de vereniging vervolgd worden. Bovendien komt deze regelgeving bovenop tal van andere verplichtingen die lokale vrijwilligers zich op de nek halen: de vrijwilligerswetgeving, de vzw-wetgeving, verzekeringen, geluidsnormen, voedselveiligheid, reisbureauwetgeving, verantwoording voor subsidies, billijke vergoeding, SABAM…

‘de Verenigde Verenigingen’ wordt ‘geheard’
Het Informatiebureau van het Europees Parlement in België organiseerde onlangs een ‘hearing’ met stakeholders en pers over het dossier. Naast het Europees parlementslid verantwoordelijk voor het dossier, Marc Tarabella (PS), vice-voorzitter van het Europees Parlement Isabelle Durant (Ecolo), het VBO, de vakbonden, de steden en gemeenten waren er… de verenigingen. Ook Frieda Brepoels (N-VA) en Ivo Belet (CD&V) stuurden medewerkers om hun oor te luister te leggen.

‘de Verenigde Verenigingen’ vestigde de aandacht op:
- het feit dat verenigingen te kampen krijgen met een voortdurende en onstuitbare juridisering, waarvan de bron ook in Europa ligt;
- verenigingen in Europa tussen wal en schip vallen. Kort gezegd: Europa kent in dit rechtsdomein enkel de overheid en de markt, geen tussenvormen. Verenigingen zijn in de interpretatie soms overheid, soms onderneming, afhankelijk van de geest van de regels.

‘de Verenigde Verenigingen’ timmert federaal en Europees, samen met de koepel ENNA, verder aan de weg naar meer begrip voor het vrijwillig en particulier initiatief.


Bron: FOV

zie ook 'Verenigingen en overheidsopdrachten: de mist trekt een beetje op'