Schoolinfrastructuur delen met verenigingen

Specifiek in het kader van het Masterplan Scholenbouw waarvan de Vlaamse Regering tegen de zomer 2015 de grote lijnen wil klaar hebben, engageerde ‘de Verenigde Verenigingen’ zich om voorstellen te doen aan de Vlaamse Regering over hoe schoolinfrastructuur optimaal gedeeld kan worden. Het Masterplan zelf gaat zowel over bouw van nieuwe scholen als over renovaties van scholen. Het Vlaams Regeerakkoord stelt dat het multifunctioneel gebruik nog kan toenemen en gestimuleerd kan worden, zowel buiten de schooluren als tijdens de weekends en de vakanties.

De nota stelt de noden van verenigingen terzake scherp, brengt drempels in kaart, haalt best practices naar boven én formuleert voorstellen die opgenomen kunnen worden in het Masterplan en (andere) concrete uitvoeringsplannen van de Vlaamse Regering. 

Beknopt samengevat kunnen we stellen dat er momenteel meerdere contexten zijn die op elkaar inhaken en die de nood om schoolinfrastructuur open te stellen voor organisaties in de buurt op scherp stellen. Vooreerst zijn er op alle beleidsniveaus besparingen. Niet alleen subsidies van organisaties staan onder grote druk. Ook gemeentebesturen zijn karig met nieuwe investeringen in infrastructuur en renovaties. Sommigen verkopen zelfs al patrimonium. Tegelijk is er al langer een bijzonder grote druk op het ruimtegebruik in Vlaanderen. Ten derde ligt er een grote druk op de onderwijswereld, zeker ook inhoudelijk. Hun onderwijsopdracht evolueert stilaan naar een breed maatschappelijke opdracht. Ook scholen zijn dus aan ‘vermaatschappelijking’ toe. Dit alles vraagt een holistische benadering waarbij gestreefd moet worden naar het aantoonbaar maken van een drievoudig voordeel: voor de school, de vereniging uit de buurt en de hele samenleving.

Grote gedeelde noden vragen om gedeelde, creatieve oplossingen waarbij éénieder wel vaker uit de eigen comfort zone moet treden. We zien in deze nota drie grote soorten drempels. Vooreerst blijkt het ‘openen’ van eerder gesloten werelden verre van evident. Nog te veel scholen zien het openstellen van hun school als een extraatje of een zoveelste maatschappelijke nood die de scholen maar weer moeten oplossen. Het informeren en sensibiliseren over de meerwaarde voor scholen is hier ontzettend belangrijk. Daarnaast blijft er bijzonder veel nood aan kennisdeling en ontsluiting van goede voorbeelden en expertise. Er zijn schitterende voorbeelden verspreid in Vlaanderen en er is –zowel in de Vlaamse administratie als bij het verenigingsleven zelf – een schat aan informatie en expertise die nauwelijks ontsloten wordt. Het knelpunt dat zich het meest manifesteert, is het gebrek aan samenwerking en aan een samenhangende, holistische visie op ruimtegebruik op Vlaams niveau. Dit gaat uiteraard breder dan schoolinfrastructuur, maar de resultaten van een verkokerd beleid en dito visie en budgettaire logica, lopen wel als een rode draad door de nota.

Tegen deze achtergrond, somt de nota heel wat aanbevelingen en voorstellen op. Zo dient de Vlaamse overheid haar beleid inzake aanleg en bouw van publieke infrastructuur af te stemmen op het concept van ‘maatschappelijk vastgoed’, waarbij multi-inzetbaarheid, aanpasbaarheid en combineerbaarheid centraal staan. Om van scholen meer ‘kloppende harten’ van een buurt te maken is een combinatie van financiële incentives, sensibilisering, facilitering en creatief denken noodzakelijk. De nota omvat op elk van deze vlakken voorstellen. We hopen dat de bevindingen en aanbevelingen in deze nota hun weg vinden naar het Masterplan Scholenbouw en naar andere beleidsdocumenten die rechtstreeks of onrechtstreeks een impact hebben op het openstellen van schoolinfrastructuur.

Lees hier de nota.